Nederlands / C1
Het vroege kievitsei
Piet Smul was aan boord gegaan van de boot die van Leiden naar Den Haag voer. Terwijl hij bij de kajuit wachtte en een maartse vlaag voor een flikkering zonlicht week, kwam er een jongen aangerend die een kievitsei wilde verkopen.
De jongen riep zijn waar om en vroeg er een prijs voor die Piet niet zomaar wilde betalen.
‘Dat is vroeg!’ zei deze. ‘Ik neem het, maar ik geef je de helft van wat je vraagt.’
De jongen hield echter vast aan het volle bedrag. Daar mocht meneer dan wel het mandje voor meenemen, met het ei erin.
Zo kwamen ze tot een overeenkomst. De koop was gesloten en de boot werd van de wal geduwd. Piet vertrok met zijn ei en het mandje.
Toen klonk de stem van de jongen hem nog na: ‘Meneer! Ik was bijna iets vergeten. U hoeft het vuur voor uw ei niet zo hard te stoken. Mijn grootmoeder heeft het vorig jaar namelijk al gekookt.’
English summary · includes the ending
In March, Piet Smul boards a boat travelling from Leiden to The Hague. While he waits near the cabin, a passing burst of bad weather gives way to sunshine. A boy comes running up and offers a lapwing’s egg for sale.
Piet remarks that the egg is early for the season. He is willing to buy it, but offers only half the boy’s price. The boy asks for the full amount and says that Piet can take the little basket with the egg. They agree on the deal.
The boat is pushed away from the bank. Only then does the boy call after his customer with something he almost forgot to mention. Piet should not make the cooking fire too hot: the boy’s grandmother already boiled the egg last year.
The story ends with this unexpected information. The supposedly early egg is not a new egg at all.
Adapted for Lejrbål from the credited source.
Read the source