Nederlands / B2

De hoofdige boer

Short story

Wie tegenwoordig naar het kerkje van Almen gaat, kan zijn voeten droog houden. Dat is niet altijd zo geweest. Ooit liep er water dwars over de weg en moesten de kerkgangers daar doorheen. De diepte wisselde, maar de koude modder gaf voortdurend problemen.

Vooral wie al een lange wandeling achter de rug had, kreeg last van de plotselinge kou. In plaats van alleen iets goeds mee te nemen uit de kerk, hielden mensen er ook buikpijn aan over. Bovendien bedierf het water hun schoenen en zondagse kleren.

Ten slotte kwam er een dominee die besloot de oude moeilijkheid aan te pakken. Na de preek sprak hij de kerkgangers toe. In zijn jonge jaren, vertelde hij, was hij zonder aarzelen voor zijn gemeente uit door het water gegaan. Ook nu wilde hij zijn plicht wel doen, maar zijn lichaam werkte niet meer mee. Hij hoestte, had pijn in zijn gewrichten en raakte zijn kracht kwijt. Als hij nog enkele keren zo doorweekt aankwam, konden ze hem beter meteen met pensioen sturen.

Zijn voorstel was eenvoudig: bouw naast de oversteek, op het smalste punt, een brug van goedkope planken. De mensen moesten eens bedenken hoeveel schoenen ze al in die modder hadden versleten. En hun mooie zondagse kleding dan? Nog voordat er een jaar voorbij was, zouden ze misschien al dubbel hebben bespaard wat de brug kostte. Zelf zou hij dan minder middelen tegen de kou nodig hebben en weer opknappen.

Met dat beroep op hun gezondheid en hun portemonnee had de dominee iets geraakt. De kwestie werd uitvoerig besproken. Vier maanden lang hoorde men niets dan palen, balken en planken. Vervolgens ging het nog eens drie maanden over planken, balken en palen. Wie het gesprek hoorde, had kunnen denken dat men de hele rivier wilde bedekken.

Maar uiteindelijk was de brug er, tegen het einde van april. In juli hadden de jonge vrouwen hem uit dankbaarheid met groen versierd. Er was alle reden voor: voortaan konden de kerkgangers droog oversteken en bleven de kwalen van het koude water uit.

Toch had het werk, dat zoveel lof kreeg, één man boos gemaakt: boer Stuggink. Wanneer de kerkklok luidde, verscheen hij in laarzen die tot zijn heupen kwamen, met een stevige stok in elke hand. Terwijl de anderen de brug namen, stapte hij ernaast het water in. Ze keken verbaasd, maar hielden hun vragen voor zich.

Op een keer was Wolter erbij, een man die oud genoeg was om Stuggink aan te spreken. Hij vroeg zijn buurman wat die merkwaardige vertoning betekende. De brug kon hen toch allebei dragen?

Stuggink antwoordde vanuit het water dat ieder zijn eigen hoofd had. Ook als de brug van steen werd, zou hij haar nooit gebruiken. Hun ouders waren immers niet dom geweest. Een brug bouwen was eenvoudig genoeg, maar zij hadden het nooit gedaan. Eeuwenlang hadden ze ditzelfde modderpad gevolgd. Misschien kende men hun redenen niet meer, maar daarom waren die nog niet slecht. Wie nu een brug bouwde, deed de eer van de ouders tekort.

Intussen hield de kerkklok op. Het was negen uur, dus de discussie moest maar afgelopen zijn. Wolter mocht een brug bouwen om droog over te komen. Stuggink bereikte hetzelfde doel met zijn laarzen.


English summary · includes the ending

People walking to church in Almen used to cross a cold, muddy stretch of water. The crossing damaged their shoes and good clothes, and sometimes made them ill. Their ageing pastor finally proposes a simple wooden bridge. He says that he cannot keep getting wet and that the villagers will save money on shoes and clothing.

After months of talking about wood and building materials, the bridge is completed. People can now cross without entering the water. Young women decorate the bridge to show their thanks.

One farmer, Stuggink, refuses to use it. Wearing boots up to his hips and holding two sticks, he walks through the water beside everyone else. When Wolter asks why, Stuggink defends the old custom. Their parents were not foolish and must have had good reasons for crossing the water. Changing their way insults them. As the church bell stops, Stuggink says his boots keep him dry too.

Adapted for Lejrbål from the credited source.
Read the source