Nederlands / B1
De hoofdige boer
Op weg naar de kerk moesten de inwoners van Almen vroeger door het water lopen. Hoe diep het was, verschilde van keer tot keer. Het was in elk geval koud en modderig. Mensen kwamen warm aan na een lange wandeling en moesten dan dat koude water in. Hun schoenen en nette kleren leden eronder, en soms kregen ze er buikpijn van.
Uiteindelijk kwam er een dominee die iets aan het probleem wilde doen. Een dominee is iemand die in de kerk spreekt en de dienst leidt. Na zijn verhaal op een zondag sprak hij de mensen toe.
»Toen ik hier pas werkte, liep ik altijd voor jullie uit door het water,« zei hij. »Maar ik ben nu oud. Ik hoest en mijn lichaam doet pijn. Als ik nog vaak zo nat word, kan ik mijn werk niet blijven doen. Laten we een brug bouwen op het smalste punt. Gewone houten planken zijn genoeg. Denk aan al die schoenen die jullie hier hebben versleten! De brug kost geld, maar dat verdienen we snel terug doordat onze kleren en schoenen langer meegaan.«
Dat argument maakte indruk. Maandenlang ging het gesprek in het dorp over palen en planken. Ten slotte lag de brug er. De jonge vrouwen versierden hem met groen. De mensen bleven voortaan droog en hadden minder klachten door het koude water.
Toch was één boer niet tevreden: Stuggink. Zodra de kerkklok luidde, kwam hij aan in laarzen die tot zijn heupen reikten. In elke hand hield hij een stevige stok. Naast de brug stapte hij het water in. De anderen keken verwonderd toe, maar niemand vroeg hem waarom.
Op een dag was de oude Wolter erbij. Hij sprak Stuggink aan. »Wat doe je toch? Die brug kan ons allebei dragen!«
Vanuit het water kwam het antwoord: »Jij en ik denken verschillend. Onze ouders konden ook makkelijk een brug bouwen, maar ze deden het niet. Zij liepen altijd hier. Ze waren niet dom. We weten niet waarom ze dat deden, maar ze hadden vast een goede reden. Door een brug te bouwen, tonen jullie geen respect voor hen.«
Zelfs een stenen brug zou hij nooit gebruiken, verklaarde Stuggink. Toen hield de klok op met luiden: het was negen uur. Het gesprek moest eindigen. »Jullie bouwen een brug om droog aan te komen,« zei hij. »Met mijn laarzen lukt mij dat ook!«
English summary · includes the ending
People walking to church in Almen used to cross a cold, muddy stretch of water. The crossing damaged their shoes and good clothes, and sometimes made them ill. Their ageing pastor finally proposes a simple wooden bridge. He says that he cannot keep getting wet and that the villagers will save money on shoes and clothing.
After months of talking about wood and building materials, the bridge is completed. People can now cross without entering the water. Young women decorate the bridge to show their thanks.
One farmer, Stuggink, refuses to use it. Wearing boots up to his hips and holding two sticks, he walks through the water beside everyone else. When Wolter asks why, Stuggink defends the old custom. Their parents were not foolish and must have had good reasons for crossing the water. Changing their way insults them. As the church bell stops, Stuggink says his boots keep him dry too.
Adapted for Lejrbål from the credited source.
Read the source