Nederlands / A2
De hoofdige boer
De mensen van Almen gingen naar de kerk over een weg met water. Er was daar geen brug. Ze moesten door het koude, vuile water lopen. Dat was slecht voor hun schoenen en mooie kleren. Sommige mensen werden er ook ziek van.
De man die in de kerk sprak, werd oud. Op een zondag zei hij: »Vroeger liep ik zonder problemen door het water. Nu kan ik dat niet meer. Laten we op het smalste punt een kleine houten brug bouwen. Dan blijven we droog. We geven er geld aan uit, maar we hoeven minder nieuwe schoenen te kopen.«
De mensen praatten maandenlang over hout en planken. Eindelijk was de brug klaar. Nu konden ze droog naar de kerk lopen. Ze waren heel blij.
Maar boer Stuggink gebruikte de brug niet. Hij droeg laarzen tot aan zijn heupen en had in elke hand een stok. Zo liep hij door het water, vlak naast de brug. De andere mensen keken verbaasd, maar zeiden niets.
Op een dag zag Wolter hem. »Waarom loop je daar?« vroeg hij. »De brug is sterk genoeg voor ons allebei!«
Stuggink antwoordde vanuit het water: »Onze ouders waren niet dom. Zij liepen hier altijd door het water. Daar hadden ze vast een goede reden voor. Met jullie brug zeggen jullie dat zij het verkeerd deden. Ik ga er nooit overheen!«
De kerkklok hield op met luiden. »Jullie hebben een brug om droog te blijven,« zei Stuggink. »Ik heb mijn laarzen!«
English summary · includes the ending
People walking to church in Almen used to cross a cold, muddy stretch of water. The crossing damaged their shoes and good clothes, and sometimes made them ill. Their ageing pastor finally proposes a simple wooden bridge. He says that he cannot keep getting wet and that the villagers will save money on shoes and clothing.
After months of talking about wood and building materials, the bridge is completed. People can now cross without entering the water. Young women decorate the bridge to show their thanks.
One farmer, Stuggink, refuses to use it. Wearing boots up to his hips and holding two sticks, he walks through the water beside everyone else. When Wolter asks why, Stuggink defends the old custom. Their parents were not foolish and must have had good reasons for crossing the water. Changing their way insults them. As the church bell stops, Stuggink says his boots keep him dry too.
Adapted for Lejrbål from the credited source.
Read the source