Nederlands / C1

Boerke Naas

Short story

Wie heeft het lied van Boerke Naas ooit gehoord? Een leeuwenhart bezat hij niet, maar een dwaas was hij evenmin.

Naas was naar de stad gegaan om twee runderen te verkopen en had er zeshonderd frank voor ontvangen. Hij was maar een boer, maar niet zonder verstand: voor hij vertrok, kocht hij een pistool waarmee hij zeven schoten kon afvuren en laadde het met kogels.

Met lichte stappen en een zware beurs vervolgde hij zijn weg. Toch wenste hij dat hij al thuis in bed lag. Plotseling hoorde hij achter zich iets bewegen. Er bewoog iets, er loerde iets; Naas schrok hevig. Nog voordat hij op adem kon komen, grepen twee vuisten hem vast en lag hij tegen de grond.

Hij hoorde, zag en voelde nauwelijks iets. Alleen het pistool drong tot hem door, samen met de dreigende stem van de rover. Als Naas niet onmiddellijk zijn geld afgaf, zou hij schieten. Ook de geringste beweging zou hem zijn leven kosten.

Naas, die dagelijks vijf of zes gebeden uitsprak om lang te mogen leven, besefte hoe benard zijn positie was. Hij dacht aan zijn thuiskomst: zijn vrouw zou hem weer voor een dronkaard uitmaken en zeggen dat hij het geld had opgedronken.

Hij smeekte de rover vriendelijk een kogel door zijn hoed te jagen. Dan kon hij thuis aantonen dat hij beroofd was en maar ternauwernood aan een schot door zijn hoofd was ontsnapt. Zo zou hij de verwijten van zijn vrouw ontlopen.

De dief was meer op geld dan op het bloed van de boer gesteld en schoot prompt door de bol van de hoed. Naas bedankte hem, greep een slip van zijn jas en vroeg of er nog een kogel doorheen kon. Hij hield het kledingstuk gereed terwijl de rover aanlegde en schoot. Vervolgens vroeg hij om een schot door zijn broek. Zijn vrouw zou dan geloven dat hij op wonderbaarlijke wijze aan levensgevaar was ontsnapt. Ook die wens werd ingewilligd.

Nu vond de rover het welletjes. Hij eiste de beurs op: hij had geen tijd en geen kogels meer.

„Ik wel!” antwoordde Naas. Hij haalde zijn eigen pistool tevoorschijn. Als de rover niet binnen drie tellen verdwenen was, zou hij schieten. Ook als de man naderbij kwam, zou Naas het vuur openen. Wilde hij hem nog eens beroven, dan moest hij zijn verstand niet thuislaten.

De rover zette het op een lopen, zo snel dat de verteller het nauwelijks kon bijhouden met schrijven. Hier houdt het verhaal op; laat een ander er nu een melodie bij maken. Boerke Naas had geen leeuwenhart, dat is waar. Maar een dwaas was hij niet.


English summary · includes the ending

Farmer Naas sells two cattle for six hundred francs. Before walking home, he buys and loads a pistol that can fire seven shots. A robber attacks him, knocks him down and demands his money at gunpoint.

Naas says his wife will think he has spent the money on drink. He asks the robber to shoot through his hat so he can prove that he was robbed and nearly killed. The robber agrees. Naas then asks for shots through his coat and trousers as further proof, and the robber fires again.

At last, the robber demands the money, saying he has no time or bullets left. Naas replies that he still has bullets and draws his own pistol. He orders the robber to leave and threatens to shoot if he approaches. Next time, the man should bring his brains along.

The robber runs away extremely fast. Naas may lack courage, but he certainly is not foolish.

Adapted for Lejrbål from the credited source.
Read the source