Nederlands / B2
Boerke Naas
Boer Naas was niet bijzonder dapper, maar aan verstand ontbrak het hem niet.
Naas was in de stad twee runderen gaan verkopen en had er zeshonderd frank voor ontvangen. Hoewel hij maar een boer was, bedacht hij iets verstandigs: hij kocht een pistool voor zeven schoten en laadde het.
Met lichte stappen en een zware portemonnee liep hij naar huis. Hij wenste wel dat hij al veilig in zijn bed lag. Ineens hoorde hij iets achter zich bewegen. Nog voor hij op adem kon komen, grepen twee vuisten hem vast en werd hij tegen de grond gewerkt.
Ontzet zag hij nauwelijks iets, behalve een pistool. De rover dreigde hem dood te schieten als hij bewoog of niet onmiddellijk al zijn geld afgaf.
Naas riep dat zijn vrouw bij zijn thuiskomst zou zeggen dat hij het geld weer had opgedronken. Hij vroeg de rover vriendelijk een kogel door zijn hoed te schieten. Dan kon hij thuis laten zien dat hij beroofd was en nauwelijks aan een schot door zijn hoofd was ontsnapt.
De dief hield meer van geld dan van het bloed van de boer en schoot door de hoed. Naas bedankte hem en vroeg vervolgens om een schot door zijn jas. Hij hield de stof klaar terwijl de dief aanlegde en opnieuw schoot. Daarna wilde hij nog een gat in zijn broek: zijn vrouw moest geloven dat hij op wonderlijke wijze aan levensgevaar was ontsnapt. Ook dit schot volgde.
De rover verloor zijn geduld. Hij had geen tijd en geen kogels meer; hij wilde nu de portemonnee.
„Ik heb nog wel kogels!” zei Naas. Hij trok zijn eigen pistool en beval de dief onmiddellijk te vertrekken. Als hij dichterbij kwam, zou Naas schieten. Een volgende keer moest hij zijn verstand meenemen!
De rover rende zo hard weg dat zelfs de verteller zijn snelheid nauwelijks kon beschrijven. Naas was misschien geen held, maar een dwaas was hij evenmin.
English summary · includes the ending
Farmer Naas sells two cattle for six hundred francs. Before walking home, he buys and loads a pistol that can fire seven shots. A robber attacks him, knocks him down and demands his money at gunpoint.
Naas says his wife will think he has spent the money on drink. He asks the robber to shoot through his hat so he can prove that he was robbed and nearly killed. The robber agrees. Naas then asks for shots through his coat and trousers as further proof, and the robber fires again.
At last, the robber demands the money, saying he has no time or bullets left. Naas replies that he still has bullets and draws his own pistol. He orders the robber to leave and threatens to shoot if he approaches. Next time, the man should bring his brains along.
The robber runs away extremely fast. Naas may lack courage, but he certainly is not foolish.
Adapted for Lejrbål from the credited source.
Read the source