Nederlands / B1
De biecht
Met Pasen gaan de mensen naar de priester om te vertellen wat ze verkeerd hebben gedaan. In een stad is er een priester bij wie veel jonge vrouwen graag komen. Ook Thereesje praat met hem.
‘Sinds ik mijn haar mooi draag, maak ik elke dag dezelfde fout’, zegt ze. ‘Overal hoor ik hoe mooi ik ben. Daardoor vind ik mezelf veel te bijzonder. Ik probeer niet zo trots te zijn, maar dat lukt me niet.’
De priester keurt dat af. Dan stelt hij een vraag: ‘Ben je rijk?’
‘O nee’, zegt Thereesje. ‘Iedereen weet toch dat alleen mijn jongere zus rijk is? Zij heeft geld geërfd.’
‘Dan hoef je je geen zorgen te maken’, antwoordt de priester. ‘Als mannen een vrouw zoeken, zullen ze voor je rijke zus komen. Jou zullen ze laten staan, hoe mooi je ook bent. Dan raak je die trots vanzelf kwijt.’
English summary · includes the ending
At Easter, people go to a priest to admit their faults. In an unnamed town, one priest is especially popular with young women. Thereesje comes to speak to him about a problem that she faces every day.
Since she began wearing her hair neatly arranged, she keeps hearing how beautiful she is. All this praise makes her proud. She tries to fight that feeling, but she cannot manage it.
The priest disapproves, then asks whether she is rich. Thereesje says no. As everyone knows, only her younger sister is wealthy: she has inherited money from her godparent.
The priest tells Thereesje not to worry. He predicts that men looking for a wife will choose her rich sister and leave her alone, however beautiful she is. Then her pride will disappear. The story ends with his sharp answer; it does not show whether his prediction comes true.
Adapted for Lejrbål from the credited source.
Read the source